Jeruzalem: de stad van God

Geplaatst op vrijdag 8 december 2017, 12:32 door Dirk van Genderen

Jeruzalem is de stad van God. Dat is oneindig veel belangrijker dan de officiële erkenning door Amerika van Jeruzalem als hoofdstad van Israel, hoe belangrijk dat ook is. In de loop van enkele jaren zal ook de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem worden verplaatst. Waarom dat nog zo lang moet duren… dat zal wel politiek zijn… De burgemeester van Jeruzalem gaf immers aan maar enkele uren nodig te hebben om de Amerikanen een geschikte locatie te kunnen aanbieden.

 


De vlaggen van Amerika en Jeruzalem, op de Oude Muur rondom Oost-Jeruzalem.

De rest van de wereld is er als de kippen bij om de beslissing van Amerika te bekritiseren. Van Iran, Syrië, Hamas, Hezbollah en Rusland was wel kritiek te verwachten, maar ook de paus en Europa zijn zeer kritisch. Halbe Zijlstra, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, sprak in zeer negatieve bewoordingen over de keuze van Amerika. Dat vond ik zeer teleurstellend, temeer omdat ook de ChristenUnie deel uitmaakt van de regering en juist deze partij zich voor 100 procent achter de Amerikaanse keuze stelt.

Nepkritiek
De kritiek dat deze Amerikaanse beslissing slecht is voor het vredesproces, is in feite nepkritiek. De onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen duren immers al tientallen jaren en zicht op enig substantieel resultaat is er nog altijd niet.
Het is opmerkelijk dat president Trump sprak over ‘Jeruzalem’. Bedoelde hij heel Jeruzalem, dus West- en Oost-Jeruzalem? Wellicht wel, maar hij bleef daar – waarschijnlijk bewust – vaag over. Enkele maanden geleden erkende de Russische president Putin namelijk al West-Jeruzalem als hoofdstad van Israel en liet daarmee Oost-Jeruzalem beschikbaar voor de Palestijnen.

Voor Israel zelf is heel Jeruzalem de eeuwige en ongedeelde hoofdstad van het land. Al ruim 3000 jaar. Nooit is het de hoofdstad geweest van een Arabisch land of van de Palestijnen.
Volgens de Israëlische premier Netanyahu zullen andere landen de stap van Amerika volgen en eveneens Jeruzalem erkennen als hoofdstad van Israel en hun ambassades nog eerder naar Jeruzalem verplaatsen dan Amerika. Ik hoop en bid dat Nederland één van deze landen zal zijn.

Geestelijke strijd
Waarom roept de Amerikaanse beslissing zoveel haat op, die zich niet zozeer op Amerika richt, maar meer op Israel? Waarom willen de Palestijnen Oost-Jeruzalem hebben, terwijl in feite Jordanië als een Palestijns thuisland is? Waarom mag niet heel Jeruzalem de hoofdstad van Israel zijn? Wat heeft de wereld toch tegen Israel en tegen Jeruzalem? Het hoeft ons niet te verbazen, de Bijbel heeft het reeds voorzegd dat de wereld zicht tegen Israel en Jeruzalem zal keren. Er woedt een geestelijke strijd om Israel, om het land, het volk en de stad.

Bijna de hele wereld kiest voor een zelfstandige Palestijnse staat, op grote delen van het grondgebied van Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem, gebied dat de Heere God aan Zijn volk Israel heeft gegeven. Israel zou zich terug moeten trekken binnen de grenzen, zoals die waren voor de Zesdaagse Oorlog in 1967.
Israel is al tientallen jaren bereid tot vergaande en pijnlijke concessies om te komen tot een Palestijnse staat, maar voortdurend weigeren de Palestijnen daarop in te gaan en Israel te erkennen.

Wat zegt de Bijbel?
Wat moeten we hiervan vinden? Weet u, bij de beantwoording van deze vraag wil ik me laten leiden door de Bijbel. Dat is uiteindelijk belangrijker dan wat de wereld vindt, zelfs als het de machtigste leiders van de wereld betreft.

Israel is Gods land, inclusief Judea en Samaria, door de wereld de Westbank of de Palestijnse gebieden genoemd. Als de Heere God waar dan ook in de Bijbel spreekt over ‘Mijn land’, wordt daar altijd het hele land Israel mee bedoeld, inclusief de hele stad Jeruzalem.
In Leviticus 25:23 spreekt God: ‘Verder mag het land niet voor altijd verkocht worden, want het land behoort Mij toe. U bent immers vreemdelingen en bijwoners bij Mij.’
Deuteronomium 11:11-12: ‘Het is een land waar de HEERE, uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van de HEERE, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.’
Joël 3:2: ‘Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld.’

De Bijbel geeft verder aan dat het hele land Israel als een eeuwigdurende bezitting aan het Joodse volk is gegeven. Aan geen enkel ander land/volk heeft Hij zulke toezeggingen gedaan.
Genesis 15:18: ‘Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram, en zei: Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.’
Genesis 17:8: ‘Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn.’

Deuteronomium 1:7-8: ‘Keer om, breek op en ga naar het bergland van de Amorieten en naar al hun buren, in de Vlakte, het Bergland en het Laagland, in het Zuiderland en aan de zeekust, het land van de Kanaänieten, en de Libanon, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.
Zie, Ik heb het land aan u gegeven; ga het binnen en neem het land in bezit waarvan de HERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft dat Hij het hun en hun nageslacht na hen geven zou.’
Ezechiël 20:42: ‘Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik u op het grondgebied van Israël breng, in het land waarover Ik Mijn hand opgeheven heb om het aan uw vaderen te geven.’

De Troon van de HEERE
Jeruzalem is Gods stad. Het is het Bijbelse Sion.
Psalm 132:13-14: ‘Want de HEERE heeft Sion verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied. Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.’
Jeremia 3:17: ‘In die tijd zal men Jeruzalem de Troon van de HEERE noemen. Alle heidenvolken zullen er samenstromen, tot de Naam van de HEERE, tot Jeruzalem. Zij zullen niet meer hun verharde, boosaardige hart achterna gaan.’
Zacharia 8:3: ‘Zo zegt de HEERE: Ik ben naar Sion teruggekeerd en Ik zal midden in Jeruzalem wonen. Jeruzalem zal ‘stad van de waarheid’ genoemd worden, de berg van de HEERE van de legermachten, de heilige berg.’
Zacharia 12:6b: ‘Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem.’

Een eeuwige bezitting
De Bijbel spreekt duidelijke taal: Het Joodse volk is Gods volk, Israel is Gods land en Jeruzalem is Gods stad. Ook over de grenzen is de Bijbel duidelijk: van de Nijl in het zuidwesten tot aan de grote rivier de Eufraat aan toe.
Het volk is door de Heere verstrooid over de hele wereld, als straf op hun zonden, hun ongehoorzaamheid. Maar Hij brengt Zijn volk thuis, in het land dat Hij hun heeft gegeven, tot een eeuwige bezitting.

Het is Gods land en daarom ben ik ervan overtuigd dat het volk geen land mag weggeven, ook niet aan een Palestijnse staat.
En omdat Jeruzalem Gods stad is, voor eeuwig, geloof ik ook dat Israel geen enkel deel van Jeruzalem mag afstaan.
Sommigen beweren dat deze toezeggingen in het Nieuwe Testament niet herhaald worden en dus niet meer zouden gelden. Het is eerder net andersom: deze toezeggingen worden niet ingetrokken in het Nieuwe Testament, dus ze gelden nog steeds.
Laten we niet te klein van de Heere denken en laten we niet zo’n onderscheid maken tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Weet u, toen de Heere Jezus op aarde was, hadden Hij en Zijn discipelen/apostelen alleen – wat wij zo noemen – het Oude Testament.

De discussie zal zich de komende tijd steeds meer toe gaan spitsen op de toekomstige status van Jeruzalem. Blijft heel de stad de hoofdstad van Israel, of wordt het oostelijke deel van de stad weggegeven aan de Palestijnen?
Een tussenoplossing zou kunnen zijn dat het voorstel wordt gelanceerd dat Jeruzalem en dan met name het oostelijk deel van de stad een internationale status krijgt, onder internationaal bestuur.

Zegen
Het staat voor mij vast dat alle volken moeten kiezen: voor of tegen Jeruzalem als blijvende hoofdstad van Israel. Leest u maar na in Zacharia 12:2 en 3: ‘Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.’

Al eerder heb ik erop gewezen, en ik doe het nogmaals: De Heere let er nauwkeurig op hoe de volken zich opstellen tegenover Israel en met name als het over Jeruzalem gaat. ‘Allen die Jeruzalem aanraken, met kwade bedoelingen jegens Israel en de God van Israel, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, zegt immers Zacharia 12:3.
Tegelijk geldt dat de Heere die landen zal zegenen die Zijn volk zegenen. Daarom geloof ik ook dat Hij de beslissing van Amerika om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israel zal zegenen. Een zegen die ook klaar ligt voor andere landen die Israel zullen zegenen.
Hierbij denk ik ook aan ons land. Nederland, Nederland, blijf met uw vingers af van Israel en van Jeruzalem. Zegen het volk, zegen en vervloek niet!
En het zal juist Oost-Jeruzalem zijn waar vandaan eenmaal de Heere Jezus zal regeren over de hele wereld.

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Blaas de sjofar!

Dit is een ernstig schrijven. Het is als een last, die moet worden doorgegeven, met het oog op de tijd waarin we leven. Oppervlakkig gezien lijkt het redelijk goed te gaan, maar schijn bedriegt. De situatie is veel ernstiger dan we beseffen. ‘Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg’ (Joël 2:1). De bazuin, of zoals er letterlijk staat: de sjofar, moet klinken. Alarm. Ontwaak! De tijd om te slapen, is voorbij.


Deze afbeelding stond op het blad ‘Blaas de sjofar’ van de stichting Pillar of Fire.

U denkt misschien: het gaat toch weer beter met de economie. Onze leiders zijn optimistischer, laten we positief zijn, zeker als christenen. Geef het goede voorbeeld, steek een helpende hand uit naar mensen in nood, laat je christen-zijn zichtbaar zijn in het leven van elke dag.

Zeker, u hebt helemaal gelijk. Toch ervaar ik een last, waardoor ik ontroerd raak. Namelijk als ik de geestelijke staat besef waarin ons land zich bevindt. Een aanzienlijk deel van ons volk bungelt aan het zijden draadje boven de hel en dreigt voor eeuwig verloren te gaan. Daarbij denk ik aan iedereen die de Heere Jezus niet kent.
Dit verzin ik niet, dit zegt de Bijbel. Handelingen 4:12 zegt overduidelijk dat er onder de hemel geen andere naam gegeven is om zalig te worden, dan de Naam van de Heere Jezus Christus.

Geestelijk gezien gaat het helemaal niet goed met ons land. Ik meen dat we het geestelijke dieptepunt nog niet hebben bereikt. En dat raakt mij, tot in het diepst van mijn hart.
Al geruime tijd ben ik bezig met het Bijbelboek Ezechiël. En wat daar over het volk Israel en het volk van Juda wordt gezegd, kan bijna één-op-één worden overgezet naar ons land, ons volk. We hebben de Heere verlaten, we hebben Hem de rug toegekeerd, we trekken ons niets meer aan van Zijn heilzame woorden en inzettingen.

U vraagt zich wellicht af waar ik aan denk. Een terechte vraag. Ik denk aan allen die meer gericht zijn op afgoden dan op God. Ga maar eens lezen in Ezechiël en begin dan aan het begin.
Vul maar in: de afgod geld (de Bijbel spreekt over de Mammon), de afgod seks (porno, overspel, prostitutie etc.), de afgod Allah, de afgod ‘ik’, de afgod…

En hoewel we ons er nauwelijks druk meer om maken, moet hier ook de massamoord op ongeboren kinderen, euthanasie, prostitutie en het praktiseren van homoseksualiteit worden genoemd. En hoewel wij ons er misschien bij hebben neergelegd en het hebben geaccepteerd, botst dit voor 100 procent met Gods Woord.

We zijn vergeten Israel te zegenen, waardoor we veel zegen zijn kwijtgeraakt. Zelfs vanaf tal van kansels in kerken en gemeenten worden grote vraagtekens bij steeds meer Bijbelwoorden geplaatst. Dat staat er wel, maar wij weten inmiddels beter…

De beslissende vraag is: Zijn wij bereid Gods Woord voor 100 procent te accepteren als gezaghebbend of proberen wij de Bijbel aan te passen aan de praktijk en aan de wetenschap? Meer en meer gebeurt dit laatste. Dan laten we de Bijbel zeggen wat wij willen en dan leggen we God het zwijgen op!

Deze ontwikkelingen grijpen mij aan. Hoe moet het verder? Wat moet er gebeuren? Een voorspelbare reactie van iemand zal wel zijn: ‘Dirk zal wel zeggen dat we moeten bidden en ons moeten verootmoedigen.’ Jazeker, dat is het eerste en het belangrijkste.
Bij Ezechiël zie je dat hij met de Heere worstelt om zijn volk. Kenden wij dat maar meer, dat Gods kinderen zouden worstelen om het geestelijk heil van hun volk.

Doet het u pijn, de geestelijke toestand waarin ons land, ons volk zich bevindt? Dan kan het gebeuren dat je gezicht niet vrolijk staat. Denk maar aan Nehemia. Als hij verneemt hoe het ervoor staat met Jeruzalem en met degenen van Zijn volk die daar zijn overgebleven, dan lezen we zijn reactie in Nehemia 1, vanaf vers 4.

4 Het gebeurde, toen ik deze woorden hoorde, dat ik ging zitten en begon te huilen. Ik bedreef enkele dagen rouw, terwijl ik voor het aangezicht van de God van de hemel vastte en bad.
5 Ik zei: Och, HEERE, God van de hemel, de grote en ontzagwekkende God, Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.
6 Laat Uw oor toch opmerkzaam zijn, en Uw ogen open, om te luisteren naar het gebed van Uw dienaar, dat ik heden dag en nacht voor Uw aangezicht bid voor de Israëlieten, Uw dienaren. Ik belijd de zonden van de Israëlieten, die wij tegen U begaan hebben. Ook ik en mijn familie, wij hebben gezondigd.
7 Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, die U aan Uw dienaar Mozes geboden hebt, niet in acht genomen.
8 Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden.
9 Maar als u zich tot Mij bekeert en Mijn geboden in acht neemt en die houdt – al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, vandaar zal Ik hen bijeenbrengen en hen brengen naar de plaats die Ik gekozen heb om daar Mijn Naam te laten wonen.
10 Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.
11 Och, Heere, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar, en op het gebed van Uw dienaren, die er vreugde in vinden Uw Naam te vrezen.

Kennen wij iets van deze geestelijke pijn? Dat de geestelijke situatie in ons land ons net zo raakt als destijds Nehemia werd geraakt. Deze zelfde bewogenheid met zijn volk komen we ook tegen bij Daniël. Leest u maar in Daniël 9, zijn aangrijpende gebed en schuldbelijdenis.

Ik hoop en bid dat er lezers zijn die zich hierin herkennen. Er zijn genoeg mensen die niet verder komen dan alleen ach en wee roepen over de huidige situatie.
Het is mijn verlangen en ook mijn gebed dat er velen zullen zijn die weten wat het is om met de nood van ons volk tot de Heere te gaan, vanuit het vaste geloof en vertrouwen dat alleen Hij nog uitkomst, herleving en opwekking kan schenken.

Nehemia was de schenker van de koning. Hij smeekt de Heere om hem barmhartigheid te schenken als hij bij de koning komt. Wat er dan gebeurt, lezen we in het volgende hoofdstuk, in het tweede en derde vers.
2 Toen zei de koning tegen mij: Waarom staat uw gezicht zo verdrietig, terwijl u toch niet ziek bent? Dit is niets anders dan hartenpijn. Toen werd ik heel erg bevreesd.
3 Ik zei tegen de koning: Moge de koning in eeuwigheid leven! Waarom zou mijn gezicht niet verdrietig staan, als de stad, de plaats van de graven van mijn vaderen verwoest ligt en zijn poorten door vuur verteerd zijn?

Ook ons land ligt geestelijk grotendeel in puin, de poorten zijn verteerd, het kwaad komt in vloedgolven naar binnen en stroomt ook tegen de muren van onze kerken en gemeenten aan en soms zelfs naar binnen.
Is het u wel eens gevraagd: ‘Waarom staat uw gezicht zo verdrietig?’ Het overkwam mij een keer dat ik in een samenkomst over deze dingen sprak. Na afloop zei iemand tegen mij: ‘U sprak goed, maar ik vond het wel jammer dat u er niet vrolijk bij keek.’
Beste mensen, soms kun je niet vrolijk kijken. Als je volk geestelijk zo ziek is, en je de pijn daarover letterlijk ervaart, dan kun je niet lachen en vrolijk zijn, maar kunnen zelfs de tranen in je ogen springen.

Nehemia vindt genade in de ogen van de koning en krijgt toestemming om naar Jeruzalem te gaan om de stad te herbouwen. Nadat hij in Jeruzalem is aangekomen en de stad heeft geïnspecteerd, gaat hij in gesprek met de Joden, de priesters, de edelen, de machthebbers en anderen. En hoe zorgwekkend de situatie ook is, Nehemia weet het zeker: De God van de hemel, Hij zal ons doen slagen en wij, Zijn dienaren, zullen opstaan en gaan bouwen (Nehemia 2:20).

Na het herstel van de muur en van de stad volgt het geestelijk herstel van het volk. Nehemia begint met gebed, maar komt vervolgens in actie. Hij onderzoekt eerst nauwkeurig de situatie waarin Jeruzalem zich bevindt. Hij gaat aan de slag, neemt de leiding voor de herbouw op zich en gaat het volk voor in verootmoediging, bekering en toewijding aan de Here.

Dit is ook de weg die wij mogen gaan. Als de Heere ons de nood van het volk op ons hart legt, zal dat geestelijk pijn doen. Roep als Nehemia tot de Heere Jezus om genade en ontferming. En zoals Nehemia in actie kwam, zo wil Hij ook ons gebruiken om voor ons volk tot zegen te zijn. In deze laatste dagen voor Zijn komst in heerlijkheid. Gered om te redden.

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Heb elkaar lief…

Geplaatst op donderdag 5 oktober 2017, 13:11 door Dirk van Genderen

‘Een nieuw gebod geef Ik u namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt’ (woorden van de Heere Jezus, Johannes 13:34 en 35).

Van de eerste gemeente wordt in Handelingen 2:47 gezegd: ‘Zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.’

Met verdriet in mijn hart schrijf ik dit commentaar. En sommigen zullen direct weten waarom.
Weet u: het is mijn verlangen dat mensen die op deze website komen, onder de indruk raken van de liefde, de geestelijke eenheid die er is onder degenen die reageren. Zoals van de eerste gemeente, in het begin, in Handelingen, wordt gezegd: ‘Ze vonden genade bij heel het volk.’
En zoals de oproep van de Heere Jezus in Johannes 13: ‘…zoals Ik u liefgehad heb, moet ook u elkaar liefhebben.’

In de reacties die zijn geplaatst, is de liefde naar elkaar toe soms ver te zoeken. Niet bij allen, maar vaak regelmatig. En dat geldt niet alleen voor het commentaar van vorige week, maar dat gebeurt vaker. Daar komt nog bij dat ik sommige reacties heb verwijderd, die echt over de grenzen van fatsoen en betamelijkheid heen gingen.

Sommigen die reageren, beschouwen deze website als het podium om hun eigen gedachten telkens opnieuw te promoten, met name over de opname van de gemeente, de verhouding tussen Israel en de gemeente en het houden van de sabbat en de feesten die de Heere aan Zijn volk heeft gegeven. Als dat zo is, kunt u beter een eigen website beginnen.

Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen. Mensen die in bewogenheid, gedreven door de liefde, reageren. Ik verlang ernaar om alleen maar zulke reacties te kunnen plaatsen. Dat de ander niet wordt veroordeeld, dat het eigen gelijk niet wordt gepromoot, maar dat je in de reacties iets van de bewogenheid en van de liefde van de Heere Jezus proeft. Bid voor elkaar.
Moet dan alles maar kunnen, reageert u misschien? Moeten we niet opkomen voor de waarheid? Jazeker, zeg ik nadrukkelijk, maar wel in zekere mildheid.

Als het over de doop gaat, wil ik dat de kinderdopers en de volwassendopers – om de beide groepen maar even zo te noemen, u begrijpt het wel – elkaar accepteren. Dat geldt ook voor degenen die in de opname van de gemeente geloven, zeven jaar voor de wederkomst van de Heere Jezus en voor hen die de opname plaatsen op ongeveer hetzelfde moment dat de Heere Jezus terug zal komen op de Olijfberg en voor hen die (nog) niet in een toekomstige opname geloven. Dit geldt ook voor de feesten. Leg elkaar niet de wet op.

Ik betitel de verschillende opvattingen over de doop, over de opname, niet als dwaalleringen, het zijn verschillen van inzicht. In de commentaren wil ik wel af en toe dwaalleringen blijven ontmaskeren, waarin Gods Woord geweld wordt aangedaan. Dat is ook waartoe Efeze 5:11 oproept: ‘En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.’

Opnieuw vraag ik u alleen op mijn commentaar te reageren en niet op elkaar. De praktijk wijst uit dat het dan telkens weer uit de hand loopt. En houdt u zich ook aan de regel om maximaal twee keer per commentaar te reageren. Nog steeds zijn er die vaker reageren.
Vanaf heden zal ik de reacties echt streng gaan beoordelen. Een positieve opmerking naar de ander mag, maar ga in uw reactie de ander niet corrigeren. Wanneer ik uw reactie niet plaats, zult u op de site te zien krijgen: ‘Reactie is om inhoudelijke redenen geweigerd.’ Ik ga daar niet met u over in discussie, daar heb ik geen zin in en geen tijd voor.
Het alternatief is dat ik de mogelijkheid om te reageren afsluit, maar dat vind ik op dit moment nog een te rigoureuze stap.

Later in de hemel, en in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, en in het nieuwe Jeruzalem, zullen we mensen tegenkomen die als kind gedoopt zijn en mensen die als volwassene zijn gedoopt. Of denkt u dat die andere groep er niet zal zijn? Hier hebben we nog de luxe om de ander te veroordelen of af te schrijven. Denk maar niet dat zoiets in een land als Noord-Korea gebeurt.

Aan de hemelpoort zal niet worden gevraagd hoe je bent gedoopt, waarmee ik het belang van de doop niet ontken. De doop is volstrekt Bijbels, maar laten we elkaar, als we wederom geboren zijn, accepteren, hoe we ook zijn gedoopt, als broeders en zusters voor wie de Heere Jezus Zijn leven heeft gegeven.

Voor alle gelovigen bidt de Heere Jezus in Johannes 17, tot Zijn Vader: ‘…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn;
Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad’ (vers 21-23).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Waarom laat God dit toe?

Toen ik de verschrikkelijke verwoestingen zag, die de orkaan Irma had aangericht op Sint-Maarten, vroeg ik me af: ‘Waarom laat God dit toe?’ Er zullen toch zeker christenen zijn geweest die de Heere gesmeekt hebben om bescherming van het eiland… Hij Die de wind gebiedt, had de koers van de orkaan toch af kunnen buigen?


De orkaan Irma, die met windsnelheden van 300 km. per uur over Sint Maarten raasde, vanuit de ruimte gezien, met in het midden het ‘oog’ van de orkaan.

Er zijn geen gemakkelijke antwoorden op deze vragen mogelijk. Allereerst wil ik erop wijzen dat het probleem niet bij God ligt, maar bij ons. Als we ons afvragen waarom God zulke rampen toelaat – in het wereldgebeuren, en soms ook in ons eigen leven – dan roepen we in feite Hem ter verantwoording.
Hebben wij soms verdiend dat God ons altijd een plezierig leven geeft, in voorspoed, zonder lijden en natuurrampen? Nee toch…

Zondeval
In Genesis 1:31, aan het einde van de zes scheppingsdagen, toen God alles zag wat Hij gemaakt had, zag Hij dat het zeer goed was. Er was geen lijden, geen ziekte, geen pijn, er waren geen natuurrampen, geen oorlogen, niets van dat alles.
Het is onze eigen schuld dat de dood in de wereld is gekomen, het lijden, het verdriet. Dat onthult Genesis 3, de zondeval van de mens. De slang, en door hem heen de satan, zei tegen de vrouw dat ze als God zou worden, kennende goed en kwaad, als ze van de vrucht van de boom van de kennis van goed en van kwaad zou eten (vers 5). God had gezegd dat ze daarvan niet mochten eten, ‘want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven’ (Genesis 2:17). Eva at toch en zij gaf van de vrucht aan Adam en ook hij at.

Vanaf dat moment is het lijden en de dood in de wereld gekomen. Nooit kunnen en mogen we God daarvan de schuld geven, het is onze eigen schuld. In Adam als onze voorvader, hebben ook wij Gods gebod overtreden.
Geen kind, hoe lief ook, wordt onschuldig geboren. Het kwaad zit er in, de zonde erven we van onze voorouders. Maar door wedergeboorte, geloof in de Heere Jezus en bekering wordt de relatie met God hersteld.

Maar hoe zit het dan met het lijden, de rampen die deze wereld en de mens treffen. Stuurt God het kwaad, laat Hij het toe? En waarom? Om de mens te straffen, om zijn aandacht te krijgen, om zijn geloof te testen? Gaat u mee op reis door de Bijbel?

Het volk Israel
In Deuteronomium 8 gaat het over de reis van het volk Israel door de woestijn. Nadat ze vanwege hun ongeloof het land Kanaän niet binnen mochten en als straf nog veertig jaar in de woestijn rond moesten trekken, staat er in vers 2: ‘Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet.’

God kan moeilijkheden toelaten, zelfs sturen, om te zien wat er in ons hart is, of we ook in de moeilijkheden ons vertrouwen op Hem stellen.
Psalm 10:14 zegt het zo: ‘…U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft.’

Asaf
Zoals in zoveel psalmen gaat het ook in Psalm 73 over een dichter die worstelt met de moeilijkheden in zijn leven. Asaf – hij schreef deze psalm – ziet dat het de ongelovigen voor de wind gaat, terwijl de gelovigen te kampen hebben met tegenslagen en moeilijkheden. Hij begrijpt dat niet,’…totdat ik in Gods heiligdom binnenging, en op hun einde lette’ (vers 17).

Asaf besefte dat het einde van de ongelovigen hun eeuwige ondergang zou betekenen, terwijl de gelovigen aan het einde van hun leven Gods heiligdom mogen binnengaan. Hij zal beseft hebben dat God moeilijkheden en tegenslagen gebruikt om de gelovigen te vormen naar Zijn beeld, waar ook Jeremia over schrijft, over God als de grote Pottenbakker (Jeremia 18).

Job
Ik denk aan Job. Als er iemand in de Bijbel is die veel heeft moeten lijden, is het Job wel. De satan kreeg van God de vrije hand om Job te treffen, alleen zijn leven mocht hij hem niet ontnemen. De satan had God erop gewezen dat het geen wonder was dat Job oprecht en vroom was, godvrezend, omdat God hem rijk zegende.
Alles raakte hij kwijt, ook zijn gezondheid. Een lange lijdensweg volgde. Zijn zogenaamde vrienden dachten precies te weten waarom Job zoveel moest lijden. Hij zal wel gezondigd hebben en dit is Gods straf…

Aan het einde van het aangrijpende boek zweeg Job en beleed hij: ‘Ik weet dat U alles vermag, en geen plan is onmogelijk voor U. Wie is hij, zegt U, die Mijn raad verbergt zonder kennis? Zo heb ik verkondigd wat ik niet begreep, dingen die te wonderlijk voor mij zijn en ik niet weet. (…) Alleen door het luisteren met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien. Daarom veracht ik mijzelf en ik heb berouw, op stof en as’ (Job 42:2, 3, 5 en 6).
En nadat hij voor zijn vrienden bidt, brengt God een omkeer in het levenslot van Job.

‘Ik schep het onheil’
In Jesaja 45:7 lezen we: ‘Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.’
Opmerkelijke woorden: ‘Ik schep het onheil.’ Woorden waar wij niet goed raad mee weten. Dit wil niet zeggen dat de Heere de bewerker van het kwaad is. Bij ‘onheil’ moet je hier onder meer denken aan de ballingschap, als oordeel van God over de zonden van het volk Israel.

Jona
In de geschiedenis van Jona zie je dat God een heftige storm stuurt om Jona te stoppen op zijn vlucht bij Hem vandaan en hem tot inkeer te brengen. Later stuurt God een worm die de wonderboom steekt, zodat die verdort en Job weer in de brandend hete zon zit. Hierdoor spreekt God nogmaals tot Jona.
Hier zie je Gods genadevolle hand tegenslagen en moeilijkheden kan sturen om ons te stoppen op een weg die bij Hem vandaan leidt en ons terug te brengen bij Hem. Dat zie je ook in de geschiedenis van de verloren zoon (Lukas 15).

Habakuk
Denk ook eens aan Habakuk, aan zijn bekende woorden uit hoofdstuk 3:17-19. Ook als alles tegenzit, blijft Habakuk de Heere vertrouwen en zich in Hem verblijden.
‘Al zal de vijgenboom niet in bloei staan
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen
en zullen de velden geen voedsel voortbrengen,
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn
en er geen rund meer in de stallen over zijn
ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.
De HEERE Heere is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten als die van de hinden,
en Hij doet mij treden op mijn hoogten.’

Toren in Siloam
In Lukas 13 komen we een situatie tegen die – zij het heel in het klein – wellicht te vergelijken is met de verschrikkingen die een orkaan aanricht. In Siloam was een toren omgevallen, waarbij achttien mensen waren omgekomen. Dat was niet omdat die achttien slechter waren dan de andere mensen. Zoiets kan gebeuren in een gebroken, onvolkomen wereld. Een toren kan omvallen, misschien wel door een plotselinge storm of door een ondeugdelijke bouw.

We lezen in de verzen 4 en 5: ‘Of die achttien, op wie de toren in Siloam viel en die daardoor gedood werden, denkt u dat zij meer schuld hebben gehad dan alle andere mensen die in Jeruzalem woonden? Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.’

De Heere Jezus zegt hier dat de mensen in Siloam, die omkwamen toen de toren op hen viel, geen grotere zondaars waren dan de andere mensen. Dat geldt dan toch ook voor de mensen die zo zwaar getroffen zijn op Sint Maarten of waar dan ook. Wij zijn geen haar beter dan zij.
Maar Hij voegt er wel iets aan toe. De Heere spreekt door zulke rampen ook tot ons: ‘Als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.’

De doorn in het vlees
Paulus bad drie keer of de Heere de doorn uit zijn vlees wilde verwijderen. De Heere had hem die doorn gegeven, opdat hij zich niet zou verheffen vanwege het feit dat hij was opgenomen tot in de derde hemel en daar onuitsprekelijke woorden had gehoord.
De doorn werd niet verwijderd, maar de Heere bemoedigde hem met de woorden: ‘Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht’ (2 Korinthe 12:9).

Genade
Dwars door de (natuur)rampen en het lijden in de wereld spreekt God tot ons, tot de wereld. Hij roept op tot bekering, anders zullen ook wij omkomen, aan het einde van ons leven, waarbij in deze opmerking van de Heere Jezus ook een verwijzing naar het laatste oordeel doorklinkt.

Tragedies en andere vormen van lijden wil de Heere gebruiken om ons dichter bij Hem te brengen en meer te veranderen naar Zijn beeld. Altijd wijzen mensen met de vinger omhoog naar de hemel, alsof God verantwoordelijk is voor alle ellende.
‘God probeert door deze rampen heen onze aandacht te krijgen,’ schreef de 98-jarige evangelist Billy Graham deze week. ‘Maar zolang we Hem kwalijk nemen dat deze dingen gebeuren, kunnen we Zijn stem niet horen.’

Het is genade van Hem als Hij ons stilzet, door rampen in het wereldgebeuren of door moeilijkheden in ons persoonlijke leven. Hij wil onze aandacht, Hij wil ons laten zien dat we de Heere Jezus nodig hebben. Alleen in Hem is rust, vrede, veiligheid en vergeving van onze zonden te ontvangen.

Een brullende leeuw
En laten we ook niet vergeten dat de satan nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, die overal dood en verderf wil aanrichten. De Heere Jezus noemde hem in het Johannes Evangelie de overste van deze wereld. Laten we zijn macht niet onderschatten, maar ook niet overschatten. De Heere is machtiger. Denk aan Job. God gaf de grenzen aan voor de satan. Bij de Heere zijn we werkelijk veilig, wat niet wil zeggen dat ons geen moeilijkheden zullen overkomen.

Dit is geen gemakkelijk onderwerp om over na te denken, zeker als het ons persoonlijk raakt. Als er tegenslagen in ons leven zijn, als er rampen in de wereld plaatsvinden, is het altijd goed ons af te vragen of de Heere ons iets te zeggen heeft. Romeinen 8:28 zegt: ‘En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.’

Ik denk ook aan Hebreeën 12, waar wordt gesproken over de tuchtiging door de Heere, met de bedoeling ons deel te laten krijgen aan de heiligheid van God de Vader. Die tuchtiging doet pijn, maar geeft aan het einde een vreedzame vrucht van gerechtigheid (vers 10 en 11).

Eindtijd
Er is ook een andere kant die ik wil noemen. De Heere Jezus wijst in Zijn eindtijdrede, die is opgetekend in Mattheus 24, Markus 13 en Lukas 21, op natuurrampen, aardbevingen en ander onheil, die Zijn terugkeer naar deze aarde aankondigen. Denk ook aan het Bijbelboek Openbaring, aan de oordelen die over deze aarde zullen komen.
Lukas 21 spreekt over benauwdheid onder de volken, die in radeloosheid zijn vanwege het bulderen van zee en golven (vers 21). Dat is exact wat er gebeurt bij de extreem krachtige orkanen die momenteel in het Caraïbisch gebied dood en verderf zaaien.

De boodschap luidt: Word wakker, wees waakzaam, maak het met God in orde, want de wederkomst van de Heere Jezus is aanstaande. ‘Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is’ (Lukas 21:28).

Gods wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten dan onze gedachten (Jesaja 55). Laten we ontzag voor Hem hebben, voor de Heilige.
Soms redt de Heere op wonderlijke wijze, beantwoordt Hij de gebeden van de Zijnen, stuurt Hij een storm net een andere route op, beschermt Hij ons, geneest Hij, spaart Hij ons van de dood. Maar een andere keer gebeurt dit niet, hoewel er indringend en aanhoudend gebeden is. Ik begrijp dat niet, maar ik ben ervan overtuigd dat we het eenmaal wel zullen begrijpen, als we bij de Heere Jezus zijn. Hij maakt geen fouten. Nooit loopt de situatie Hem uit handen. Hij zit op de troon. Dat mag ons troosten, bemoedigen.

En ondertussen voelen we ons verbonden met allen die getroffen zijn door deze vreselijke rampen. We bidden voor hen, ondersteunen hen.

‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’
In verwachting mogen we uitzien naar de dag dat de Heere Jezus alles nieuw zal maken. Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem. Nooit meer een orkaan, nooit meer een aardbeving, nooit meer een ramp, nooit meer ziekte, nooit meer dood. Altijd leven, vrede, vreugde, blijdschap…

‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’ (Openbaring 21:3-5).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Crisisdreiging

We leven in spannende tijden. Afgelopen week lanceerde Noord-Korea weer een raket, die een eindje voorbij Japan in zee verdween. Israel is zeer alert met het oog op de naar de Golan oprukkende Iraanse milities. En zowel Amerika als Azië wordt zeer zwaar getroffen door bijzonder ernstige overstromingen. Kunnen we dit duiden? Wat gaat er gebeuren? En wat betekent dit voor ons leven van elke dag? Het is crisistijd.

Het valt mij op dat diverse rabbijnen momenteel aangeven dat de komst van de Messias nabij is. Ze baseren dit op bepaalde interpretaties van de Tenach (Oude Testament) of op profetieën/gezichten van rabbijnen die soms al eeuwen geleden leefden. Ze voorspellen onder meer een groot militair conflict rondom Noord-Korea, een militair treffen met Iran en rampen in de Verenigde Staten. Laat je er niet door verontrusten!
Maar ook onder christenen is er grote belangstelling voor ‘profeten’ die ervan overtuigd zijn dat God hun dingen duidelijk heeft gemaakt over de nabije toekomst.

Veel mensen zijn nieuwsgierig naar de toekomst. En als christenen zoeken we ook naar wat de Bijbel zegt over de tijd waarin we leven en proberen we allerlei ontwikkelingen te herkennen in het profetische Woord.
Immers… ‘Wij hebben het profetische Woord dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petrus 1:19).

Laten we alert zijn, waakzaam, altijd bereid om de Heere Jezus te ontmoeten als Hij komt of als het einde van ons aardse leven aanbreekt. En zeker, ook ik geloof dat onze verlossing aanstaande is en dat we omhoog mogen kijken, ons hoofd omhoog mogen heffen, in verwachting (Lukas 21:28). Laat je niet verontrusten door welke profeet dan ook. Stel je vertrouwen alleen op de Heere Jezus en op Zijn Woord.

Maar er is ook een andere kant, die wij misschien wel eens te weinig benoemen. Het kan zijn dat het nog wel even duurt voordat het zover is dat de Heere Jezus komt om ons tot Zich te nemen. Wat betekent dat dan voor ons leven vandaag?

Ik krijg soms de indruk dat sommigen zo gericht zijn op de opname, op de wederkomst, dat ze bijna met hun armen over elkaar zitten te wachten tot het zover is. En zeker, we worden opgeroepen Hem te verwachten, naar Hem uit te zien, maar kennen we ook wat 1 Petrus 4:2 zegt: ‘…om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.’

Wellicht herkent u wel het dubbele gevoel: enerzijds het verlangen naar de komst van de Heere Jezus, anderzijds het verlangen om de tijd die de Heere nog geeft, te leven tot eer van Hem en tot zegen van anderen…

Ik hoor het zo vaak van mensen: ‘Ik hoop dat het nog even duurt voordat het zover is, omdat mijn man nog niet gelooft, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn kleinkinderen. Laat het dan een troost voor u zijn dat een krachtig gebed van een rechtvaardige veel tot stand brengt (Jakobus 5:16).
Blijf voor uw geliefden bidden, breng ze voor Gods troon, en zie uit naar wat de Heere in hun leven gaat doen. Hij wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9).

Stel uw leven beschikbaar aan de Heere, zolang Hij nog niet is gekomen. ‘Wijd uw lichaam aan God, als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk’ (Romeinen 12:1). ‘Heere, hier is mijn leven, als U mij gebruiken kunt, gebruik me…’

Wandel met de Heere Jezus zoals Henoch met Hem wandelde. Hij zoekt mensen die Hij in kan zetten in Zijn dienst. In deze laatste dagen voor Zijn komst. Om door Hem gebruikt te worden. Er zijn nog zoveel mensen die de Heere Jezus niet kennen. En wij leven vaak rustig voort, terwijl we het als christenen onder elkaar vaak zo prettig hebben.

We worden geroepen tot eenheid, één in de Heere Jezus? Denk aan het gebed van de Heere Jezus tot de Vader in Johannes 17: ‘…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’ (vers 21).
Wees een getuige van Hem, in de samenleving, in het open veld, naar uw collega’s toe, uw buren, vrienden, gemeenteleden, kennissen, familie… Ondersteun het werk in Zijn dienst, heel praktisch en ook in uw gebeden.

Beseffen we dat de wereld kapot gaat zonder het Evangelie van de Heere Jezus? Geef dan het Evangelie door, in woord en daad en op de knieën, in het verlangen dat nog velen gered zullen worden voordat Hij komt.

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

 

Laatste halve uur

‘Het moeilijkste gedeelte van het geloof is het laatste halve uur, voordat Gods antwoord komt,’ schreef iemand mij. Wellicht kennen we dit wel uit ons eigen leven, en ook de Bijbel laat zien dat niet iedereen het volhoudt om dit laatste halve uur te blijven geloven.

Eerst een paar voorbeelden uit de Bijbel. Om te beginnen Sara. Zij kon niet wachten op de vervulling van Gods belofte aan Abram, dat Hij hem een ontelbaar groot nageslacht zou geven (Genesis 16). Zij kwam daarom met het alternatief Hagar op de proppen.
Een ander voorbeeld vinden we in Exodus 32. Toen het volk Israël vond dat Mozes te lang bij God op de berg bleef, eisten ze van Aäron dat hij goden zou maken die ze konden aanbidden, wat uitmondde in het gouden kalf.

Denk ook eens aan de geschiedenis van Saul in 1 Samuël 13. Voordat hij de strijd aan mocht gaan met de Filistijnen, moest hij wachten op Samuël, die eerst offers zou brengen. Nadat ze al zeven dagen hadden gewacht en het leger angstig werd en weg begon te lopen, bracht Saul zelf die offers. Nauwelijks was hij daarmee klaar, of Samuël kwam alsnog. In sterke bewoordingen keurt Samuël Sauls handelen af en kondigt aan dat zijn koningschap geen stand zal houden.

We leven in een tijd waarin geloven vooral prettig en aangenaam moet zijn. Wij willen geloven en direct zien. Net zoals Sara, het volk Israël en Saul. Wanneer we ziek zijn, willen we nu genezing ontvangen. Wanneer we een probleem hebben, moet God liefst vandaag nog antwoorden. En wanneer dit niet gebeurt, gaan we onze toevlucht zoeken bij eigen wijsheden en eigen oplossingen.

Ook in het Nieuwe Testament vinden we de gedachte terug dat het aankomt op het laatste moment, op het volharden in het geloof. Het geloof in en vertrouwen op God tot het einde vasthouden (Hebreeën 3). Niet zien en toch geloven (Hebreeën 11). De beproefdheid van uw geloof werkt volharding uit (Jakobus 1). Het is genade van God als we het volhouden, in Zijn kracht.

U wacht misschien al zo lang op de bekering van uw man, uw vrouw, uw kind, uw kleinkind. Blijf voor hem, voor haar bidden, in vertrouwen, in geloof, met verwachting. U mag daarbij pleiten op Gods Woord. 2 Petrus 3:9 zegt immers dat de Heere niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

Soms zit er een lange tijd tussen de belofte van God en de vervulling van die belofte. Dan komt het aan op het wachten op God, op het vertrouwen in Hem, omdat Hij de absoluut Betrouwbare is. En dat wachten kan lang duren. Dat laatste halve uur duurt in uw situatie misschien al jaren. Laat het los, geef het in Zijn hand. Zijn weg is de beste.

Laten we ons ook maar niet verheffen boven mensen die dit wachten niet vol (hebben) kunnen houden, omdat ze niets van God zagen of ervaarden. Door ons ongeloof kan Hij vaak weinig krachten doen. We hebben heel veel genade van de Heere nodig om wel op Hem te blijven vertrouwen.

U zegt misschien: ‘Je zou mijn situatie eens moeten kennen… Ik zie geen uitkomst meer’. God kent onze strijd en onze pijn. Hij kent elk detail van ons leven. Hij hoort de niet uitgesproken schreeuw uit een gebroken hart. Ons probleem is dat wij meestal niet zien wat God achter de schermen al aan het doen is, maar misschien wel anders dan wij voor ogen hebben.

Denk aan de drie vrienden van Daniël. Zij weigerden te knielen voor het beeld van Nebukadnezar. Hun laatste uur leek geslagen tot de koning hen in de vurige oven liet gooien. Juist op dat moment stuurde de Heere Zijn engel om hen te sparen en te redden (Daniël 3)
Denk aan Elia, die moest vluchten voor koning Achab en zich lange tijd moest verborgen bij de rivier Krith. Hij had nog wel water, maar geen voedsel meer. De Heere stuurde toen raven naar hem toe, zoals Hij had toegezegd, om Elia brood te brengen en hem in leven te behouden.

Lees Psalm 56 eens. De dichter, David, die bang is, spreekt zichzelf aan om op God te vertrouwen. ‘Op de dag dat ik vrees, vertrouw ik op God’ (vers 4). En in vers 12 klinkt het: ‘Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou een mens mij kunnen doen?’Die weg mogen ook wij gaan.
Dan kan het gebeuren dat de Heere ons wijsheid en kracht geeft om noodzakelijke stappen te zetten in bepaalde situaties. Hij is bij machte om op wonderlijke wijze te voorzien.

Komt er dan altijd een oplossing in de aardse leven? Nee. Het kan ook Zijn weg zijn om ons op te nemen in Zijn heerlijkheid. Ook dan mogen we, dat laatste uur van ons leven hier op aarde, ons vertrouwen op Hem blijven stellen.
Nooit kan het geloof teveel verwachten. ‘Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen’ (Efeze 3:20).

Nog een laatste gedachte: Je kunt ook de eindtijd het laatste halve uur voor de komst van de Heere Jezus noemen. Zijn komst is aanstaande, onze verlossing is nabij. Waak dan, val niet in slaap, ‘want de zaligheid is nu dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen’ (Romeinen 13:11b).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

 

Het is bijna 23 september 2017 en dan…

Een deel van de christelijke wereld is in rep en roer. Het is namelijk bijna 23 september: de datum waarop het beeld waarover Openbaring 12:1 spreekt, zichtbaar zal worden aan de hemel. Althans, dat geloven velen. Ze verwachten iets bijzonders op die datum: de wederkomst van de Heere Jezus, de opname van de gemeente of iets opzienbarends voor Israel.

 


In de talloze YouTube-filmpjes op internet zie je veel van dit soort plaatjes. Het sterrenbeeld Maagd (Virgo), met daarboven het sterrenbeeld Leeuw (Leo).

In Openbaring 12:1 lezen we: ‘Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.’
De vrouw die in de hemel zal worden gezien, staat voor het sterrenbeeld Maagd, stellen degenen die iets bijzonders verwachten op 23 september. Juist op die datum is volgens hen de maan zichtbaar onder haar voeten en bevinden zich de zon en Jupiter in het sterrenbeeld Maagd.

Voor de krans van twaalf sterren op het hoofd van de vrouw wordt verwezen naar het sterrenbeeld Leeuw, dat juist boven het sterrenbeeld Maagd staat. Omdat dat sterrenbeeld volgens hen maar negen sterren telt, worden Mercurius, Venus en Mars er ook nog bijgeteld, die dan in de buurt van het sterrenbeeld Leeuw staan, om in totaal op 12 sterren uit te komen.
Daar komt nog bij dat op 23 september het ‘Feest van de bazuinen’ wordt gevierd. De bazuin zal immers klinken… Mooier kan toch niet… Juist op die dag…

In Openbaring 12 wordt ook nog gesproken over een ander teken dat aan de hemel zal verschijnen, zegt vers 3: een grote vuurrode draak. In sommige van de genoemde filmpjes over 23 september 2017 wordt hierbij verwezen naar het sterrenbeeld Draak, maar verder wordt er niet uitgebreid op ingegaan.

Hoe serieus moeten we dit alles nemen? Staat er echt iets te gebeuren? Soortgelijke vragen stromen bij mij binnen. Dat is de reden dat ik er nu dieper op inga. Omdat ik zie dat mensen in verwarring raken en meer gericht zijn op berekeningen en op data dan op de Heere Jezus.

Op YouTube zijn tal van filmpjes te vinden die ingaan op 23 september 2017, compleet met computersimulaties om hun gelijk aan te tonen.
Volgens sommigen is dit een zeer zeldzaam evenement, dat slechts één keer in de zevenduizend jaar voorkomt. Anderen beweren dat deze constellatie nooit eerder heeft plaatsgevonden. Het moet daarom wel de vervulling van Openbaring 12 zijn. Hierbij is echter wel een aantal kanttekeningen te plaatsen.

Het is namelijk helemaal niet bijzonder dat de zon in het sterrenbeeld Maagd verschijnt. Elk jaar verblijft de zon een maand in elk van de twaalf sterrenbeelden. Maar het klopt niet dat de zon al op 23 september in het sterrenbeeld Maagd staat. Dat gebeurt pas halverwege oktober.
Ook is het niet ongewoon om de maan beneden het sterrenbeeld Maagd te vinden. In ruim 27 dagen draait de maan om de aarde en bevindt zich elke maand dus een dag of twee in de nabijheid van elk sterrenbeeld; nu op de 23 september vlak eronder.
Je moet trouwens behoorlijk wat moeite doen om in het sterrenbeeld Maagd een vrouw te zien met twee voeten. Duidelijk is dat in ieder geval niet, maar sommigen zeggen dat erin te zien of plaatsen de lijnen zo dat je er een vrouw in ziet.

Jupiter heeft twaalf jaar nodig om een baan om de zon te maken en staat telkens dus ongeveer één jaar in elk sterrenbeeld, en nu dus in Maagd. Elke twaalf jaar vindt ongeveer eenzelfde stand van de sterren en planeten plaats zoals nu op 23 september. De vorige keer was in 2005. Dus zo bijzonder is de huidige stand niet, hoewel wel wordt gedaan alsof, met behulp van – in veel filmpjes – het computerprogramma Stellarium.

Verder is het onjuist dat wordt gesteld dat het sterrenbeeld Leeuw maar negen sterren heeft, het zijn er meer. Dat zie je ook in de filmpjes die gebruik maken van ‘Stellarium’, maar de lijntjes die worden getrokken, gebruiken maar negen sterren van Leeuw en maken daarmee een soort leeuwfiguur. Maar het is niet fraai dat ze daarbij sterren overslaan en ook niet eerlijk.

En je moet goed je best doen om de negen genoemde sterren, aangevuld met de drie genoemde planeten, vanwege de grote afstand tot het sterrenbeeld Maagd als kroon daarvan te zien.
Er is een veel meer voor de hand liggende oplossing voor de kroon van twaalf sterren op het hoofd van de vrouw. In het sterrenbeeld Maagd bevindt zich de kleine constellatie Coma Berenices (Haar van Berenice), die duidelijk de vorm van een kroon heeft.

De planeet Jupiter in het sterrenbeeld Maagd zou voor het Kind staan, waarvan de maagd zwanger is, zeggen degenen die ‘in 23 september 2017’ geloven. Dan ben je direct bij de vraag wat dit beeld uit Openbaring 12 betekent. Moeten we dit letterlijk nemen? Dat is niet aannemelijk, omdat vaker beelden in Openbaring in symbolische zin worden gebruikt.

Vrij algemeen wordt aangenomen dat de vrouw in Openbaring 12 Israel is en het Kind dat de vrouw baart, de Heere Jezus. Dat betekent dat het eerste deel van Openbaring 12 al is vervuld in de eerste eeuw. Het vervolg van Openbaring 12 gaat over de vervolging van de gelovigen uit Joden en heidenen. De draak voert oorlog tegen hen. Deze profetie is nog niet volledig vervuld.

Degenen die geloven in de 23 september-vervulling van Openbaring 12, wijzen er ook nog op de planeet Jupiter zich negen maanden in het sterrenbeeld Maagd bevindt. Omdat dat precies de periode van een zwangerschap is, trekken ze de conclusie dat het hier over de gemeente gaat.
En omdat Openbaring 12:5 zegt dat het Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon, weten ze precies waar dit op wijst: De opname van de gemeente, op 23 september 2017.
Echter: het klopt niet dat de planeet Jupiter zich negen maanden lang in het sterrenbeeld Maagd bevindt. Van mei 2017 tot half juli 2017 was dat niet het geval.

U ziet het: tal van beweringen kloppen niet. Laat uw hoofd en uw geest niet op hol brengen door allerlei beweringen, die ook nog eens aantoonbaar onjuist zijn. Niemand weet wanneer deze dingen gebeuren. ‘Die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader,’ zegt de Heere Jezus in Mattheus 24:36.
‘De dag van de Heere komt als een dief in de nacht’ (1 Thessalonicenzen 5:2). Gelovigen mogen zich echter door die dag niet laten overvallen (vers 4 en 5), omdat zij kinderen van het licht zijn.

De ontwikkelingen in deze wereld laten zien dat de dag van de Heere nabij is. Zijn we bereid om de Heere Jezus te ontmoeten als Hij komt om ons tot Zich te nemen, misschien nog wel vóór 23 september? Wees niet gericht op datums, wees gericht op de Heere Jezus. En als het langer duurt, laten we elkaar blijven toeroepen, in blijde verwachting: ‘Maranatha, de Heere komt eraan…’

Dirk van Genderen
(Bronnen o.a. Answering in Genesis)

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Een aangename geur, een welgevalllig offer, welbehaaglijk voor God

Aardse banken kunnen omvallen en in de financiële problemen komen. Banken moeten worden gered van de ondergang. Maar de hemelse bank zal nooit in de problemen komen. Het tegoed wat de Heere daar op onze rekening bijschrijft, zal gegarandeerd worden uitbetaald.

Onlangs las ik Filippenzen 4, waar Paulus de Filippenzen prijst vanwege hun vrijgevigheid aan hem. Af en toe ontvangt hij financiële ondersteuning vanuit Filippi. Paulus was als het ware hun ‘werker in het Evangelie’, die ze (voor een deel) onderhielden.
Paulus weet wat het is om gebrek te lijden, hij weet ook wat het is om overvloed te hebben, schrijft hij in vers 12. Elders lezen we dat Paulus ook regelmatig zelf werkte, naast zijn arbeid voor het Evangelie, om te voorzien in zijn eigen levensonderhoud.
Soms deed hij dit om een voorbeeld te stellen voor die andere gemeenten, zoals in Thessalonica, om hen aan te sporen in hun eigen onderhoud te voorzien (2 Thessalonicenzen 3:11).
In Korinthe vroeg hij geen ondersteuning, om geen belemmering op te werpen voor het Evangelie (1 Korinthe 9:12). Toch was het kennelijk niet voldoende, wat hij daarmee verdiende.

Paulus is geen super-christen, die even laat zien dat hij trouw bleef aan de Heere, ondanks de perioden van gebrek en tekorten. Zijn geheim was Christus. In vers 13 getuigt hij: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft.’ Van Hem ontvangt hij zijn kracht, in tijden van tekorten en in tijden voor voorspoed. O, wat een troost voor ons! Zo wil de Heere ook voor ons zorgen. Als we overvloed hebben, maar ook als we gebrek hebben.

Ik weet dat er lezers zijn die financieel nauwelijks kunnen rondkomen. Staan we ervoor open dat de Heere sommigen van ons wil gebruiken om in de noden van anderen te voorzien?
Het gaat niet om de hoeveelheid die we geven, maar om het hart. De Heere Jezus zag een arme weduwe die twee muntjes in de schatkist bij de tempel wierp (Lukas 12:41-43). In waarde was het veel minder dan wat de rijken erin wierpen, maar in de ogen van de Heere Jezus was het veel meer. Het was het laatste wat ze had.

Paulus bedankt de Filippenzen voor hun giften, jazeker, maar allereerst bedankt hij de Heere daarvoor. In vers 10 merkt hij op: ‘Ik ben zeer verblijd geweest in de Heere dat uw denken aan mij eindelijk weer is opgebloeid.’ Kennelijk waren ze enige tijd niet in de gelegenheid geweest om hem te ondersteunen, maar nu had hij weer een gift van hen ontvangen.
‘U hebt er goed aan gedaan,’ schrijft hij in vers 14. En in vers 18: ‘Ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was.’

In vers 17 schrijft Paulus: ‘Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.’
Wat een les is dit ook voor ons. Het gaat Paulus niet in de eerste plaats om de gift die hij ontvangen heeft, hoe dankbaar hij daar ook voor is. Het gaat hem veel meer om de gevers, om de geestelijke vrucht, die ze erdoor ontvangen.

De Bijbel zegt dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. De zegen, de rente, zal op hun rekening worden bijgeschreven. Het is de vrucht die op hun rekening toeneemt. We hebben als het ware een spaarrekening in de hemel, bij de hemelse bank. De Heere ziet het als we geven aan werkers en werk in Zijn Koninkrijk en Hij beloont dat. Het is pure genade van Hem! Op grond van Zijn volbrachte werk aan het kruis!

Bij aarde banken kan de winst opeens verdampen. Banken kunnen omvallen, in een financiële crisis terecht komen. De hemelse bank valt nooit om. 2 Korinthe 9:6 en 7 zegt: ‘Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.’

Prachtig is ook dat in vers 18 de gift van de Filippenzen aan Paulus wordt omschreven als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.
De Heere heeft er een welgevallen aan als we aan Hem geven. Het is als een aangename geur voor Hem. Je kunt het ook lezen als een ‘lieflijke geur voor de Heere’.

Dat komen we ook tegen in het Oude Testament, als de offers worden gebracht. De Heere verheugde Zich daarover. Het was Hem welgevallig, het was een aangename, een lieflijke geur voor Hem. Zo verheugt Hij Zich ook over wat we geven aan Hem, voor het werk van het Evangelie, en de werkers in het Koninkrijk. De Filippenzen geven een gift aan Paulus, maar ten diepste geven ze hun gift aan de Heere Zelf.

In Efeze 5:2 wordt deze uitdrukking – een aangename geur voor God – gebruikt voor het offer van Christus aan het kruis: ‘…en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’

Dan volgt er in vers 19 nog een heerlijke belofte voor de Filippenzen, vanwege de gift die ze Paulus geschonken hebben: ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’
Paulus zegt hier: jullie hebben in mijn behoefte voorzien, nu zal mijn God jullie in elke behoefte voorzien, naar Zijn heerlijkheid, door Christus Jezus. Wat ze nodig hebben, zal de Heere hun geven. Niet misschien, maar zeker! Geen twijfel mogelijk.

De Heere wordt van het geven niet armer. Hij is onmetelijk rijk. Van Hem is al het goud en het zilver, het vee op duizend bergen. Zijn rijkdom in heerlijkheid is zichtbaar in Christus.

Paulus besluit met een lofprijzing en geeft God de eer, in vers 20: ‘Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’ Wat een geweldige lofprijzing! Wat een uiting van blijdschap.
Hem komt toe alle eer, lof, aanbidding en dankzegging. Het woordje ‘zij’ staat er eigenlijk niet. Dat maakt het nog sterker! Onze God en Vader nu de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Sta op voor Jeruzalem!

Geplaatst op donderdag 27 juli 2017, 11:11 door Dirk van Genderen

De Arabische wereld speelt met vuur door het conflict om de Tempelberg op scherp te zetten. Doelbewust! En Israel staat alleen. Geen land ter wereld neemt het op voor het Joodse volk. Laten wij het dan doen, als volgelingen van de God van Israel.

 


Een Joodse familie kijkt vanaf de Olijfberg naar de Tempelberg, in het verlangen daar eens in vrijheid te kunnen bidden. (Foto: Yonatan Sindel/Flash90)

 

 

Zijn wij machtig? Nee! Hebben wij een leger om in te grijpen? Nee! Hebben wij de middelen om bij de Verenigde Naties te lobbyen voor Israel? Nee!
Zijn wij dan machteloos? Volstrekt niet! Ons staat een machtige Held terzijde. De God van Israel. De komende Messias. De krachtige Heilige Geest.

In deze zin zijn we een machtig leger. Machtig, krachtig in Hem. In Zijn Naam mogen we de strijd aangaan tegen de boze machten in de geestelijke gewesten die zich opmaken om het gezag over Jeruzalem en de Tempelberg, inclusief de Klaagmuur (de Kotel) aan de Arabische volken te geven. Maar dat zal niet gebeuren! God zal Zijn volk, dat Hij weer in hun eigen land heeft gepland, het land dat Hij hun Zelf gegeven heeft, nooit meer daaruit laten wegrukken (Amos 9:15).

Een geestelijke strijd
Wat nu gebeurt in Jeruzalem, in Judea, Samaria en rond de Tempelberg, is een geestelijke strijd. Een strijd om de macht. De strijd om Jeruzalem, om de Tempelberg. Een strijd die ook speelde in de tijd van Nehemia, tijdens de herbouw van de tempel, waarover we lezen in het Bijbelboek Nehemia.

Nehemia krijgt van koning Arthahsasta van Babel toestemming om het in puin liggende Jeruzalem te gaan bekijken en herbouwen. Eerst had hij zich voor de Heere verootmoedigd en de zonden van hemzelf, van zijn familie en van zijn volk beleden.
Wanneer de vijanden van Israel –vertegenwoordigd door Sanballat, de Horoniet, en Tobia, de Ammonitische dienaar – de plannen van Nehemia ontdekken, worden ze razend.
Prachtig is dan de belijdenis die Nehemia uitspreekt: ‘De God van de hemel, Hij zal ons doen slagen en wij, Zijn dienaren, zullen opstaan en gaan bouwen. Maar u hebt geen deel, geen recht, en geen herinnering in Jeruzalem’ (Nehemia 2:20).

Dan begint de herbouw van de stad, evenals ook vandaag de herbouw van het ooit verwoeste Jeruzalem nog gaande is. Het werk is al ver gevorderd, maar het is nog niet voltooid.
Als Sanballat hoort dat de muur wordt herbouwd, ontsteekt hij in woede en raakt hij zeer geërgerd (Nehemia 4:1). Hij bespot de Joden. En Tobia, de Ammoniet, valt hem bij.

Nehemia zegt dan: ‘Hoor, onze God, dat wij een voorwerp van verachting zijn en doe hun smaad terugkeren op hun eigen hoofd. (…) Bedek hun ongerechtigheid niet en laat hun zonde niet uitgewist worden voor Uw aangezicht, want zij hebben U getergd tegenover de bouwers’ (Nehemia 4:4 en 5).
De dreiging neemt toe. Tobia, Samballat, de Arabieren, de Ammonieten en de Asdodieten spannen samen om tegen Jeruzalem te strijden en verwarring te stichten.

Bidden en strijden
Het is een vergelijkbare situatie met vandaag. Dreiging en strijd. Verwarring. En wat doet Nehemia, wat doen de Joden? ‘Maar wij baden tot onze God en plaatsten een wacht tegen hen, dag en nacht’ (Nehemia 4:9).
Zelfs de Joden die te midden van hun vijanden wonen, dringen er bij de bouwers op aan om te stoppen met de herbouw van de stad. Maar Nehemia en de bouwers gaan door. Nehemia stelt zwaarbewapende mannen op, met zwaarden, speren en bogen om de stad en de bouwers te beschermen. De bouwers hebben hun zwaard aan hun heup en hun gereedschap in hun hand.

En Nehemia bemoedigt hen: ‘Wees niet bevreesd voor hen. Denk aan de grote en ontzagwekkende Heere, en strijd voor uw broeders, uw zonen en dochters, uw vrouwen en uw huizen’ (Nehemia 4:14).

Als Sanballat, Tobia en Gesem, de Arabier en de overige vijanden horen dat de muur herbouwd is, gaan ze Nehemia vals beschuldigen. Hij zou in het geheim van plan zijn zich tot koning te laten uitroepen. Zijn vijanden beramen een plan om hem te doden, maar de Heere beschermt Zijn knecht.
Dan, na 52 dagen, wordt de muur voltooid. Wat een zegen van God! ‘En het gebeurde, toen al onze vijanden het hoorden, dat alle heidenvolken rondom bevreesd voor ons werden en in hun eigen ogen zeer in achting daalden, want zij wisten dat dit werk van onze God uit gedaan was’ (Nehemia 6:16).
Dit is ook mijn gebed voor vandaag. Dat er een vrees voor God op de vijanden van Israel valt.

De vreugde van de Heere is uw kracht
In hoofdstuk 8 lezen we dat Ezra, de Schriftgeleerde, de wet voorleest aan het volk. Het is een heilige dag voor de Heere. Als het volk de woorden van de Heere hoort, begint het volk te huilen. Ezra, Nehemia en de levieten zeggen dan tegen het volk: ‘Rouw niet en huil niet. Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht’ (Nehemia 8:10 en 11). Waarna het volk het Loofhuttenfeest viert. Dag aan dag leest men voor uit het boek met de wet van God.

Daarna houdt het volk een dag van vasten en gebed. Ze belijden hun zonden en de ongerechtigheden van hun vaderen en gedenken de wonderlijke leiding van God in de geschiedenis van het volk en danken Hem voor al het goede dat Hij hun heeft gegeven. Het verbond met God wordt vernieuwd.

Met gezang, met cimbalen, luiten en harpen wordt de herstelde muur om Jeruzalem ingewijd. Nehemia stelt twee grote dankkoren om het volk voor te gaan in dank aan God.
‘Zij brachten op die dag grote offers en waren verblijd, want God had hen in grote mate verblijd, en ook de vrouwen en de kinderen waren verblijd, zodat de blijdschap van Jeruzalem van ver werd gehoord’ (Nehemia 12:43).

In het laatste hoofdstuk van dit Bijbelboek beschrijft Nehemia het herstel van allerlei misstanden onder het volk, om het volk te reinigen en heilig (afgezonderd van de heidense volken) voor God te stellen.

Ook nu…
In 52 dagen werd de bouw van Jeruzalem voltooid. De God van hemel deed het de bouwers gelukken.
Ook nu wordt er gebouwd in Jeruzalem, in Israel. Al meer dan honderd jaar, sinds de terugkeer van Joodse mensen vanuit de wereld naar Israel op gang begon te komen. Maar de haat van de tegenstanders is onverminderd groot, net als in de dagen van Nehemia. Ook nu wordt er tegelijk gebouwd en verdedigd.

De haat tegen het Joodse volk is een haat tegen de God van het Joodse volk. En zoals God ten dage van Nehemia streed voor Zijn volk, zo zal Hij dat nu ook doen. De vijanden zullen het niet winnen, hoewel ze als een razende tekeer gaan.

Het is een voorrecht, beste mensen, dat wij mee mogen strijden aan de herbouw van Israel, van Jeruzalem en van het Joodse volk. Het is Gods bouwwerk. Hij heeft een plan met het herstel van Israel. Het loopt uit op de terugkeer van de Heere Jezus uit de hemel naar Jeruzalem, om Zijn rijk van vrede en gerechtigheid op te richten. De voorbereidingen daarvoor zijn in volle gang, vandaar ook dat de strijd ertegen toeneemt.

En hoe kunnen wij mee bouwen? Op de knieën, maar ook door daadwerkelijk naast het Joodse volk te gaan staan, het te steunen, te troosten, te bemoedigen.

En tegen allen die wellicht tegenwerpen: ‘Wat zie ik vandaag van God in Israel, het volk is toch een zondig volk, net als alle andere volken?’, zeg ik: Zeker, er is veel zonde en ongerechtigheid onder het volk Israel. Maar toch is het een onverklaarbaar wonder van God dat dit volk zoveel eeuwen van lijden en vervolging heeft overleefd en weer terug komt in het eigen land. Het herstel is aanvankelijk in ongeloof, zegt Ezechiël 37. Maar vol verwachting mogen we uitzien naar het moment dat God de Geest in het volk zal zenden, Zijn Geest, zoals Ezechiël 37 ook voorzegt.

Sta op uw post, zwijg niet…
Onder de volken heerst een geest van verblinding, evenals onder veel christenen. Een verblinding die resulteert een afwijzing en veroordeling van Israel. Het is ook een ontwikkeling die moet gebeuren, de profeten voorzeggen het. Maar dat wil niet zeggen dat wij dan maar met de armen over elkaar toe moeten kijken hoe dit zich verder ontwikkelt.
Juist onze steun aan Israel – en vergeet daarbij de Messiasbelijdende Joden niet – kan het Joodse volk tot jaloersheid verwekken. Waarom doen die christenen dat?

Daarom: Juist nu heeft Israel, heeft het Joodse volk, onze steun en onze gebeden nodig. Nu, in deze vakantietijd. Sta op uw post! Zwijg niet.

‘Omwille van Sion zal ik niet zwijgen,
omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn,
totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans,
en haar heil als een brandende fakkel’ (Jesaja 62:1).

‘Op uw muren, Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld.
Nooit zullen zij zwijgen, heel de dag en heel de nacht niet.
U die het volk aan de HEERE doet denken,
gun u geen rust.
Ja, geef Hem geen rust,
totdat Hij Jeruzalem gegrondvest heeft
en gesteld heeft
tot een lof op aarde’ (Jesaja 62:6 en 7).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Is Gods hand zichtbaar in de ontwikkelingen in politiek Nederland?

Geplaatst op vrijdag 23 juni 2017, 13:32 door Dirk van Genderen

In de aanloop naar de laatste verkiezingen gingen veel gelovige landgenoten op de knieën. In verootmoediging voor de Heere God. Met bidden en smeken of Hij Zich over ons land wilde ontfermen. Dat er een halt wordt toegeroepen aan de afbraak van Bijbelse normen en waarden. Een ‘leger bidders’. Hun invloed is groter dan velen denken. ‘Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand,’ zegt Jakobus 5:16 immers.

 


Pechtold, Buma, Segers en Rutte voor het eerst samen aan tafel met informateur Tjeenk Willink. (Foto: ANP)

Twee weken geleden schreef ik over D66. Het ging – en gaat – mij om de standpunten van D66, waar ik mij tegen keerde. Maar laten we zeer voorzichtig zijn om Alexander Pechtold, de partijleider – met enkele scherpe woorden te veroordelen. Dat doen we te gemakkelijk en te snel. Bid maar voor hem, de Heere Jezus wil ook hem redden. En wie weet, wil Hij daar de gesprekken met de christenen in de onderhandelingen over ethische kwesties wel voor gebruiken.

Ik bid dat deze nieuwe onderhandelingen zullen slagen. Ik bid dat de Heere de fractieleiders wijsheid zal schenken. Speciale wijsheid bid ik de leiders van CDA en CU toe, Buma en Segers, alsmede aan de informateur en later aan nieuwe informateurs, dan wel een formateur van een nieuw kabinet.
We mogen hoop en verwachting hebben voor ons land en voor ons volk.

‘Heere, wees ons genadig, verhoor de gebeden. Schenk ons Uw bewogenheid in ons hart. Dat we niet alleen Uw grote daden in het verleden zullen herdenken, maar ook uitzien naar een herleving.
Heere, we bidden u dat het nieuwe kabinet een positieve houding zal innemen ten opzichte van Uw volk Israel. Dat we Israel zullen steunen en zegenen, in plaats van het voortdurend te bekritiseren.’

Nu de onderhandelingen tussen VVD, CDA, D66 en CU net zijn begonnen, roep ik alle kerken en gemeenten in ons land op deze zondag de kabinetsformatie te gedenken in de gebeden.
In 1 Timotheüs 2 worden we immers opgeroepen ‘tot smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen, en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker’ (vers 1-3).

Ik denk aan de woorden uit Esther 4:14, woorden die Mordechai tot Esther sprak: ‘Want als je je in deze tijd in diep stilzwijgen hult, dan zal er vanuit een andere plaats verlichting en verlossing voor de Joden komen, maar jij en het huis van je vader zullen omkomen. En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent.’

Als we door genade de Heere Jezus mogen kennen en liefhebben, hebben ook wij – nu al – Zijn koninklijke waardigheid ontvangen. Dat zegt 1 Petrus 2:9: ‘Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.’

Laten we ons niet in stilzwijgen hullen, maar de Heere Jezus aanroepen en in ons dagelijkse leven een getuige van Hem zijn, in woorden en in daden. Ik zie uit – met verwachtingen – naar wat de Heere gaat doen…

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl